De thuisgroepen


Wij werken met heterogene thuisgroepen. In een heterogene groep (een groep waarin meerdere leeftijden bij elkaar zitten) is ieder kind een keer de jongste van een groep, maar ook een keer de oudste. Kinderen leren zorg te dragen voor elkaar, kunnen elkaar helpen en van elkaar leren. Iedere thuisgroep is een soort mini-samenleving, waarin diversiteit een uitgangspunt is. Iedereen is anders en dat is mooi.
 
Iedere thuisgroep heeft een naam van een locatie op de aarde. Zo spreken we niet meer van groep 6, maar je zit in groep Oceanië en je gaat rekenen in lokaal Zuid-Amerika. Je hebt je eigen leerdoelen en die doelen zijn voor iedereen anders. Je leert wel samen met kinderen die aan dezelfde doelen moeten werken, maar dat zullen kinderen van verschillende leeftijden zijn.
 
Vanaf schooljaar 20/21 hebben we de volgende thuisgroepen:  
We maken bewust twee dezelfde thuisgroepen, zodat we nog meer gaan samenwerken, samen afstemmen wat we gaan doen de komende periode, samen leuke leeractiviteiten verzinnen, samen overleggen over de ontwikkeling van kinderen, samen nieuwe dingen ontwikkelen.
 
Sinds 1985 spreken we van basisscholen, bedoeld om de overgang van de ouderwetse kleuterschool naar de lagere school te vergemakkelijken en te spreken van een doorgaande lijn.
Wij merken dat er nog steeds een onnatuurlijke ‘knip’ is tussen groep 2 en groep 3, terwijl we in één gebouw zitten, een goede overdracht doen en prima samenwerken. Waarschijnlijk zit ’t in het systeem; in groep 3 beginnen opeens de op leerstofgerichte methodes.
 
We kiezen voor twee groepen 1-3, waarin kinderen spelend kunnen leren. Kinderen die toe zijn aan leren lezen of rekenen, leren lezen, ongeacht hun leeftijd. Op een gegeven moment zijn kinderen klaar om naar de middenbouw; groep 4-6 te gaan. Sommige kinderen zitten 2,5 jaar in groep 1-3, andere kinderen 3 jaar of misschien wat langer als ze dat nodig hebben. De overgang van de ene naar de andere bouw vindt vooralsnog plaats na de zomervakantie.